5 posts from januari 2006

26/01/2006

De opstandelingen (Sandor Marai)

Het is het verhaal van vier vrienden, laatstejaars van een goed college, tijdens de eerste wereldoorlog. Ze vormen een soort bloedverbond dat erg ver gaat zowel inzake levenswijze (ze stelen ook bij hun eigen ouders) als in opvattingen (ze scheppen een eigen wereld op een hotelkamer waar de wetten van de wereld niet gelden). Zij laten zich op sleeptouw nemen door een toneelacteur en mislukkeling, die hen verder brengt in een waanwereld (cfr. ‘het leven is een schouwtoneel’). Hun ouders behoren tot een andere burgerlijke schijnwereld van de vooroorlogse dubbelmonarchie Oostenrijk, Hongarije en ze weigeren in de nieuwe werkelijkheid van de oorlog te stappen. De vrienden dolen tussen twee werelden, door hun puberteit en door de omgeving.

Sandor Marai ontmaskert de burgerlijke wereld van militairen, rechters, bisschoppen en scholen maar voert ook een jonge vriendengroep op vol spanningen, haat en wederzijds bedrog. De romans van Marai zijn rustig en sereen geschreven maar ze zijn ontluisterend en meedogenloos voor de mensheid. De toon is niet cynisch maar wat hij beschrijft is het wel.

Uitgegeven bij de Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2003. Oorspronkelijk in het Hongaars in 1930

23/01/2006

Gloed (Sandor Marai)

Twee ‘vrienden’ zien mekaar terug na 41 jaar. Hoewel van verschillende afkomst, karakter en rijkdom waren zij onafscheidelijk en brengen hun jeugd samen door. Na het huwelijk van de (latere) generaal verdwijnt Konrad plotseling, tot hij opnieuw opduikt op het landgoed van Henrik.

De roman gaat feitelijk over één nacht en over een gesprek tussen twee oude mannen die mekaar voor het laatst zullen zien. Het is haast een monoloog van de generaal die vertelt hoe hij erachter is gekomen dat Konrad hem feitelijk haatte, op het punt stond hem te vermoorden en een relatie had met zijn vrouw (die inmiddels al 20 jaar dood is). Ook hier is er de ontluistering en hoe haat en bedrog verstrengeld zijn met liefde en vriendschap.

Marai wisselt die tragedie af met beschrijvingen van een idyllische natuur en omgeving rond hen. Hij wisselt de anekdotes af met algemene beschouwingen over de grote vraagstukken van het leven, wat zijn romans een tijdloos karakter geven.

“De andere vraag is of dat niet de werkelijke inhoud van ons leven is geweest, deze pijnlijke aantrekking tot een vrouw die gestorven is … want die ene geheimzinnige persoon die goed of slecht kan zijn, want de intensiteit van de passie hangt niet af van de daden of eigenschappen van het object van onze passie”.

Uitgegeven door de Wereldbibliotheek, Amsterdam 2000. Oorspronkelijk in het Hongaars in 1942

Cicero, politicus en pleiter in een turbulent Rome (Randall Lesaffer)

Het leven van Cicero (106-43 v.C.) is niet alleen boeiend door zijn figuur maar nog meer door de periode. Cicero was in zekere zin een tragische figuur omdat hij de man van de Republiek als staatsvorm was. Hij dacht die instelling gered te hebben toen hij tijdens zijn consulaat in 64 v.C. de samenzwering van Catilina ontmaskerde en neersloeg maar daarna was hij niet opgewassen tegen een nieuw soort politicus die ook naar militaire middelen greep: Pompeius, Caesar en Octavianus (Augustus). Cicero was een man van de klassieke partijstrijd die Rome overheerste, de populares tegen de optimates of de onderlinge strijd binnen de stand der senatoren tussen enkele dozijnen familieclans en enige grote figuren van buiten die geslachten.

Als een homo novus uit een provinciestad zocht Cicero in het begin van zijn loopbaan steun waar hij die kon krijgen. Opname in de kring van de optimates was altijd zijn doel geweest, maar zelden zou hij zich met hen volledig vereenzelvigen. Cicero bleef een compromisfiguur die flexibel kon laveren tussen de verschillende machten in de Republiek.

In 63 was hij de ‘vader des vaderlands’. In het voorjaar van 43 werd hij weer in triomf door de stad gedragen maar de krijgskansen keerden en enkele maanden later werd hij vermoord toen het tweede triumviraat met Antonius en Octavianus aan de macht kwam. De Republiek stierf met hem. De geschiedenis nam een andere wending. Vanaf 27 v.C. kwam er de alleenheerschappij van keizer Augustus. Het keizerrijk zou duren tot de val van Rome in de vijfde eeuw na Christus.

Cicero leeft verder niet als politicus maar als een redenaar en in beperkte mate als filosoof.

Uitgegeven bij het Davidsfonds, 2003

De erfenis van Eszter (Sandor Marai)

Het is het eerste boek dat ik las van Sandor Marai (1900-1989). Zijn oeuvre werd herontdekt tien jaar na zijn zelfmoord. Hij wordt vandaag gerekend tot één van de belangrijkste Europese auteurs van de twintigste eeuw.

Het is het verhaal van een terugkeer, zoals later in zijn meesterwerk ‘Gloed’. Na twintig jaar ziet Eszter haar vroegere geliefde terug zoals de twee vrienden mekaar in ‘Gloed’ zullen weerzien na 41 jaar. Het is ook hier een verhaal van liegen. De man waarvan Eszter hield, is een bedrieger, op alle vlakken, en zij weet het. Het is teruggekeerd om haar opnieuw te bedreigen en haar van alles te beroven wat zij, ook materieel, zo moeizaam had opgebouwd. Het boek gaat voornamelijk over die ene dag van zijn terugkeer. Zoals weeral in ‘Gloed’. Pure tragiek. Eszter zelf ademt sereniteit en harmonie uit. Het huis dat zij deelt met haar tante is symbool daarvan. Dat dit haar ook wordt ontnomen, voltrekt zich als een soort noodlot, waar zij niet tegen in verzet komt. “Het leven heeft een onzichtbare orde en je moet afmaken wat je eenmaal begonnen bent … Zo goed en zo kwaad als het kan”. “Nu heb ik het gevoel dat een stem waartegen ik me niet kan verweren me maant om haast te maken met het opschrijven van de geschiedenis van die dag – en alles wat ik van Lagos weet, omdat dit mijn plicht is en omdat ik niet veel tijd meer heb. Zo’n stem is niet mis te verstaan. Daarom gehoorzaam ik, in naam van God”. “Wij zitten aan onze vijanden vast en zij kunnen soms ook niet ontvluchten”.

Het gaat dus niet om een liefde die is blijven sluimeren. In alle luciditeit voltrekt zich het noodlot, waarbij de vrouw de wet van de man ondergaat. Leugen en haat zijn vaak weerkerende thema’s bij Marai. “Andere mensen liegen omdat dat hun natuur is, omdat belangen dat voorschrijven of door een plotse ingeving. Maar jij liegt zoals de regen valt”.

Sandor Marai is een Hongaar, een land dat telkens opnieuw bezet is geweest en verdeeld tussen andere rijken. Ongetwijfeld vindt dat fatalisme daar een deel van zijn oorsprong. Zijn opvatting over het mens-zijn is doordrongen van dit pessimisme. Zijn stijl is de weergave van dit geworden en ervaarde fataliteit. Rustig en beheerst, niet opstandig of verzuurd.

Uitgegeven bij de Wereldbibliotheek, Amsterdam in 2000. Oorspronkelijk in het Hongaars in 1939.

Marguerite Duras (Laure Adler)

In 1992 zag ik de film “L’amant”, gemaakt op basis van het gelijknamige boek van Marguerite Duras. Het is het verhaal van de verhouding tussen een rijke Chinese jongeman en een Franse leerlinge van een middelbare school, in het Saïgon van de Franse koloniale periode. Sindsdien ben ik geïntrigeerd in Marguerite Duras (1914-1995). De zomer van 2005 gaf me de gelegenheid een uitgebreide biografie over haar te lezen, geschreven door Laure Adler. Vele levens van schrijvers zijn weinig boeiend omdat hun leven het ook niet was. Bij Duras is het anders omdat ze veel over haar eigen leven gelogen heeft. In elk geval komt ze uit een gezin dat haar zwaar getekend heeft voor de rest van haar leven. Haar ouders weken uit naar Indochina (Viëtnam), maar haar vader moest na enkele jaren terugkeren en stierf in Frankrijk. Haar moeder probeerde rijk te worden met een eigen plantage maar mislukte en begon later een privé-school. De broer van Marguerite was gewelddadig maar werd beschermd door de moeder, gans haar leven trouwens. De schrijfster had een haast incestueuze verhouding met haar andere broer. De relatie met haar moeder, afschuw maar ze bleef toch de moeder (j’aime toujours ma mère. Y a rien à faire, je l’aime toujours, zei ze op haar sterfbed), is beslissend voor haar verder leven. Die ambiguïteit vinden we later weer: ze ‘collaboreert’ in het begin van de oorlog maar komt dan terecht in het verzet (met o.a. François Mitterrand); haar minnaar wordt opgepakt en zij heeft een soort verhouding met de man die hem aanhield; na de Bevrijding deed zij alles om die laatste te laten executeren tegen sommige van haar vrienden in; toen haar partner uit de Duitse kampen terugkeerde, brak zij daar enkele maanden later mee om op te trekken met diens vriend. Ze militeerde met de communistische partij maar is natuurlijk té vrijgevochten om dat lang vol te houden. Intussen nam alcohol een steeds grotere plaats in haar leven in. Haar boeken kenden een beperkt succes tot “L’amant” (1984) van haar een succesauteur maakte. Ze gooide zich op de experimentele filmkunst, maar het was soms meer een ‘way of life’ met haar ploeg dan een broodwinning, laat staan een succes. Uiteindelijk leefde ze samen met een homo die eveneens alcohol niet schuwde. Duras was niet gelovig (feitelijk weet ze het niet zeker) maar was gefascineerd door de Bijbel. (“Tous mes livres parlent de Dieu, et personne ne s’en aperçoit”). ‘Een vat vol tegenstrijdigheden. Ze ontsnapte aan alle, maar dan ook aan alle vereisten van een ‘normaal leven. Zij leefde in een andere wereld, één die zij zelf schiep. Die dubbele wereld is onleefbaar. Schrijven is voor haar een pijniging, een ‘hagelbui’ omdat haar verleden telkens opnieuw bovenkwam. Daarom vluchtte ze naar de film.

Uitgegeven door Gallimard, 1998.

« juli 2005 | Hoofdmenu | juni 2006 »