Giovanni Peirs (° 1937) één van zijn eerste banen als ingenieur was in Duitsland n 1965. Hij huwde er met een Duitse en sindsdien is hij gefascineerd door het land en zijn verleden. Zijn schoonvader was een goed opgeleide dominee, die Peirs nooit gekend heeft omdat hij in 1942 bij Leningrad sneuvelde. De auteur gaat op zoek naar de reden voor zijn engagement in de oorlog en naar wat soort mens hij was. Waarom is deze intellectueel en theoloog in het Duitse leger terechtgekomen? Veel komt hij niet te weten maar het boek gaat over veel meer. Het is een familierubriek geworden van Peirs’ schoonfamilie. Het is helemaal geen roman. Er komen merkwaardige mensen in voor. Zo bijv. ‘oom Teah’. Peirs’ schoonvader ontmoette hem in 1932 waar hij dank zij een studiebeurs aan de universiteit van Princeton in New Jersey studeerde. Teah was een Pers die geboren werd als zoon van een hulpje op een amerikaanse missie aan de Kaspische Zee en die ook een studiebeurs gekregen had. Ze studeerden beide theologie. ‘Uncle’ Teah heeft na 1945 de verantwoordelijkheid voor de familie op zich genomen, "zoals dat hoort onder vrienden" en ‘because we are christians” Uncle Teah trouwde met een "aunt Rachel", die zelf geboren was in Koerdistan uit een amerikaanse moeder en een vader die opgroeide in Nieuw Zeeland. Haar vader was een presbyteriaanse missionaris die zich concentreerde op de Syrische christenen en Nestorianen! Teah was lid van de Perzische delegatie op de conferentie van Teheran (1943) maar moest na de oorlog emigreren omdat hij als aanhanger van Mossadegh persona non grata werd bij de Pahlewihi's. Hij werd professor in Saint Paul/Minnesota waar hij geschiedenis doceerde. Zijn vakgebied was "the monotheistic religions" en geschiedenis van het Midden-Oosten. Een van zijn collega's in de faculteit geschiedenis heette Hubert Humphrey. Een van zijn studenten was Walter Mondale. Humphrey was vice-president onder Johnson en Mondale was de vice van Carter. Beide hebben daarna de presidentsverkiezingen verloren. Het is één van de talloze verhalen in het boek. Het is een boeiende aaneenschakeling van verhalen over een wel zeer internationale familie en over mensen die Peirs ontmoette, afgewisseld met verwijzingen naar de verre en nabije geschiedenis. Het Grote Zwijgen van een Duitse generatie over de oorlog is mij ook sterk opgevallen bij het lezen van het boek. Ik realiseerde me ook niet hoe de oorlog het mannelijk deel van Duitsland decimeerde en hoe vaderloos een generatie is opgegroeid. De verhalen over de DDR en het feit dat die mensen 57 jaar onder een dictatuur geleefd hebben moet ook een bijzonder type mens hebben afgeleverd. Het beeld van Duitsland dat ik uit het boek onthou is troosteloos. De kaft van het boek straalt dat ook uit.
‘Het onvermogen’ van Giovanni Peirs, Davidsfonds, 2001

Reacties