De erfenis van Eszter (Sandor Marai)
Het is het eerste boek dat ik las van Sandor Marai (1900-1989). Zijn oeuvre werd herontdekt tien jaar na zijn zelfmoord. Hij wordt vandaag gerekend tot één van de belangrijkste Europese auteurs van de twintigste eeuw.
Het is het verhaal van een terugkeer, zoals later in zijn meesterwerk ‘Gloed’. Na twintig jaar ziet Eszter haar vroegere geliefde terug zoals de twee vrienden mekaar in ‘Gloed’ zullen weerzien na 41 jaar. Het is ook hier een verhaal van liegen. De man waarvan Eszter hield, is een bedrieger, op alle vlakken, en zij weet het. Het is teruggekeerd om haar opnieuw te bedreigen en haar van alles te beroven wat zij, ook materieel, zo moeizaam had opgebouwd. Het boek gaat voornamelijk over die ene dag van zijn terugkeer. Zoals weeral in ‘Gloed’. Pure tragiek. Eszter zelf ademt sereniteit en harmonie uit. Het huis dat zij deelt met haar tante is symbool daarvan. Dat dit haar ook wordt ontnomen, voltrekt zich als een soort noodlot, waar zij niet tegen in verzet komt. “Het leven heeft een onzichtbare orde en je moet afmaken wat je eenmaal begonnen bent … Zo goed en zo kwaad als het kan”. “Nu heb ik het gevoel dat een stem waartegen ik me niet kan verweren me maant om haast te maken met het opschrijven van de geschiedenis van die dag – en alles wat ik van Lagos weet, omdat dit mijn plicht is en omdat ik niet veel tijd meer heb. Zo’n stem is niet mis te verstaan. Daarom gehoorzaam ik, in naam van God”. “Wij zitten aan onze vijanden vast en zij kunnen soms ook niet ontvluchten”.
Het gaat dus niet om een liefde die is blijven sluimeren. In alle luciditeit voltrekt zich het noodlot, waarbij de vrouw de wet van de man ondergaat. Leugen en haat zijn vaak weerkerende thema’s bij Marai. “Andere mensen liegen omdat dat hun natuur is, omdat belangen dat voorschrijven of door een plotse ingeving. Maar jij liegt zoals de regen valt”.
Sandor Marai is een Hongaar, een land dat telkens opnieuw bezet is geweest en verdeeld tussen andere rijken. Ongetwijfeld vindt dat fatalisme daar een deel van zijn oorsprong. Zijn opvatting over het mens-zijn is doordrongen van dit pessimisme. Zijn stijl is de weergave van dit geworden en ervaarde fataliteit. Rustig en beheerst, niet opstandig of verzuurd.
Uitgegeven bij de Wereldbibliotheek, Amsterdam in 2000. Oorspronkelijk in het Hongaars in 1939.