1 posts categorized "Muziek"

04/08/2007

INTERVIEW in HET LAATSTE NIEUWS VAN 28 JULI (FRIEDA JORIS)

Herman Van Rompuy stapt de kleine villa binnen, op de voet gevolgd door een wat gezette heer. «Dit is mijn chauffeur Jef», zegt de nieuwe Kamervoorzitter. «Hij heeft me elf jaar lang rondgereden, tot we naar de oppositie verhuisden. Nu is hij terug en de hele weg naar hier was het alsof we in een tijdscapsule zaten. Alsof alle jaren daartussen niet bestaan hebben». Het vakantiehuisje is nieuw voor Jef. Het is net als de hond en het zwembad in Sint-Genesius-Rode een aanwinst tijdens Van Rompuys acht jaar politieke onthouding en tevens het bewijs dat tijd toch niet stilstaat. «Van alle politici die toen aan de top stonden, ben ik zowat de laatste die overblijft», lacht Van Rompuy. «Ik ben eigenlijk een soort curiositeit geworden.»

We wandelen op de minst geschonden dijk langs de Belgische - pardon, Vlaamse - kust. De stralen van de ondergaande zon kleuren het zand en de gezichten van het echtpaar Van Rompuy. De eerste burger en zijn vrouw zien er ontspannen en gelukkig uit, hoewel er dit jaar geen 'echte' vakantie inzit, alleen dit weekje in hun vaste plek aan zee.

«Vindt u het niet erg dat de politiek uw man terug met haar en huid zal opslokken», vraag ik Geertrui.

«Herman verdient het om terug een rol in de politiek te spelen», antwoordt ze spontaan.

«Nu hoor je het eens uit een totaal objectieve bron», lacht hij. Daarna, ernstig: «Of ik minister of vicepremier word? Kijk, tegen bepaalde aanbiedingen zeg ik 'neen' en dat weet men al. Mijn moeder zei dikwijls: 'Mijn lichaam is oud, maar mijn ogen niet. Ik bekijk alles nog alsof het nieuw is'. Dat heb ik ook. Ik ben 59 en ik voel gelukkig mijn kracht nog niet slinken, maar ik heb wél acht uren slaap nodig per dag. Dehaene vier, vijf uur: dat maakt een wereld van verschil en belet me om nog een zwaar ministerieel departement te beogen. Meer nog: ik kan geen 14 uur per dag bezig zijn met politiek. Als minister van Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld, is dat nodig. Minister van Financiën: idem dito. Ik heb daar doodgewoon geen goesting voor. Ik kàn dat niet en ik wil dat niet.»

«Er zijn politici die zichzelf wijsmaken dat ze een 'gevangene zijn in het publieke belang'. Bij sommigen is dat voor een stuk waar, maar 't is ook een vorm van verslaving, van geldingsdrang en van het totaal verkeerde idee dat men onmisbaar is. Ik moét nog andere belangstellingen kunnen ontwikkelen. Ik wil een persoonlijk, familiaal leven hebben. Een keer kunnen zeggen: 'Ik doe vandaag niks. Ik lees een boek, ik schrijf een boek'».

«In de regering-Dehaene gingen we zes tot zeven weken per jaar met vakantie en dat is toch één van de meest succesvolle regeringen van de naoorlogse periode geweest. Dat belachelijke stakhanovisme, genre: 'Ik neem nooit vakantie' of 'Ik werk 16 uur per dag'. De vraag is of het land dan beter bestuurd wordt.»

«Mijn buikgevoel zegt me dat ik me het beste voel in de rol die altijd mijn rol is geweest: een soort van 'supreme counsellor'. En dan kan ik best Kamervoorzitter blijven, maar ik weet niet of ik die kans zal krijgen. Ik claim beslist niet dat ik recht heb op die functie. Als ze erin slagen in de huidige moeilijke omstandigheden een regering te vormen en ze me nodig hebben, dan mag ik niet alleen aan mijn eigen rechten denken. Maar ik kan wel zeggen dat àls ik meedoe, het niet voor om het even wat of om het even hoe zal zijn.»

«We zitten natuurlijk met een aantal jonge en beloftevolle mensen zonder enige politieke ervaring en 't is dus beter dat er mensen bij zouden zijn die het klappen van de zweep kennen. Daarom ook denk ik dat men mij zal opeisen, maar ik weet niet of ze met mijn persoonlijke voorkeur rekening zullen houden.»

GEERTRUI: «Het komt erop aan de gulden middenweg te kiezen tussen je eigen verlangens en wat nodig is.»

HERMAN: «Ach, ik ben eigenlijk een totaal verwend kind dat ik zo'n taal mag spreken. De meeste leeftijdsgenoten kunnen dat niet. Als ik terugkeer, ben ik zelfs de enige van mijn generatie. De rest is wèg.»

«Toen ik voor het eerst in de regering kwam, zaten daar Miet Smet, Jean-Luc Dehaene, André Bourgeois, Leo Delcroix, Karel Pinxten, Tony Van Parys, Réginald Moreels: niemand staat nog aan de top. Ik ben eigenlijk een soort van curiositeit geworden.»

...

«Ik wéét natuurlijk dat er ook voor mij ooit een einde aan komt en het voordeel is: ik heb dat nu al eens meegemaakt. En zeggen dat ik het was die na de verkiezingen van '99 vond dat we in de oppositie moesten gaan. Van de 44% van de stemmen onder Tindemans bleef nog maar 22% over. Dat was duidelijk, vond ik. Da's zoals de socialisten nu met hun allerslechtste uitslag sedert de oorlog. Op zo'n moment moet je zeggen: 'Jongens, we zijn uitgeregeerd. De mensen zien ons niet graag meer.'»

«Ik heb het geluk dat ik me thuis nooit heb moeten verantwoorden omdat de helft van het inkomen wegviel. Want als je die vrijheid niet hebt, kan je gewoon niet handelen. Dan moet je soms een beslissing nemen die je partner afdwingt, maar waar je zelf niet achterstaat. Dan wordt het heel moeilijk. Ik heb drama's meegemaakt bij collega's die zo twee keer aan politiek moesten doen. Die het thuis ook nog eens moesten uitleggen en daar proberen een compromis te vinden.»

«Onze vier kinderen reageren verwonderd en toch ook weer niet helemaal verwonderd op mijn terugkeer. Vooral mijn twee zoons volgen de politiek op de voet. Ze zijn bezig met de regeringsvorming, met de tactiek en het is verwonderlijk hoe ze allebei inzicht hebben in dat spel. Ik zeg thuis niet alles, dat kan en mag ik ook niet, maar op basis van heel schaarse gegevens komen ze tot conclusies die ik op hun leeftijd nooit getrokken zou hebben. Ik ben heel nuchter en de nieuwe generatie heeft dat veel meer. Die moet zelfs oppassen niet cynisch te worden, maar die mentaliteit helpt om een goed inzicht te krijgen.»

...

«Toen ik acht jaar geleden in de oppositie terechtkwam, was dat toch schrikken. Ik bezocht een handelsbeurs ergens in mijn streek. Vier maanden eerder was ik er nog onthaald als een koning en plots moest ik zelf op zoek naar een plaatsje en keek niemand nog naar me om. Nu vraag ik helemaal geen honneurs, maar daaruit bleek dat alleen de macht telt. Men zegt dikwijls dat politici bezeten zijn door macht, maar hoeveel mensen richten zich naar die macht? Heb je geen macht, dan tel je niet mee.»

«Het is een speciale gewaarwording dat mijn tocht door de woestijn beëindigd is. In het Frans is de uitdrukking juister: 'La traverseé du désert', die dorre vlakte moest ik werkelijk oversteken. Mozes kwam dan in Israël aan in het land van melk en honing. Wij treffen een land aan met begrotingstekorten en vergrijzingsproblemen.»

«In feite is het 22 jaar geleden dat we écht gewonnen hebben in een verkiezing. In 1985 was dat, en ik herinner me die dag als was het gisteren. Een hele warme oktoberavond. Martens, Dehaene en ik zaten op het hoofdkwartier van de CVP te glunderen. Nu bekroop me weer datzelfde gevoel. Maar nog veel aangenamer was toen ik voorzitter werd van de Kamer en 's avonds mijn chauffeur Jef opbelde. Die man heeft me elf jaar lang elke dag rondgereden: dat creëert een heel bijzondere band.»

«Jef kon het niet geloven, die jongen had er nooit aan gedacht of op gerekend dat ik opnieuw een beroep op hem zou doen. Hij werkte ondertussen voor de stad Aarschot en durfde eerst niet, maar alles is in orde gekomen. Op menselijk vlak deed me dat meer plezier dan daar voor de Kamer te staan. Heb je ons Elke daarjuist gezien, die werd bijna wild toen ze hem zag. Ze was 6 jaar toen Jef bij mij begon te werken. Wat er ook gebeurde, we voerden haar 's morgens altijd naar school. Zij is met hem opgegroeid.»

GEERTRUI: «Hij was zo'n beetje een held. En nu weer.»

HERMAN: «Ik zit weer achter Jef alsof het nooit anders geweest is. Ik liep in de week door de gang en twee bureaus verder zit Inge Vervotte. Haar secretaresse Marina, is ook mijn secretaresse geweest. Ik kwam daar binnen en weer dezelfde gewaarwording: al die jaren die ineens wegvielen.»

...

GEERTRUI: «De dag dat Herman geen minister meer was, ben ik ook gestopt met werken. Ik had dat al tevoren beslist, maar we hadden niet verwacht dat hij ook zou stoppen.»

«Ik heb 17 jaar op een kabinet gewerkt. Eerst bij Daniel Coens, daarna bij Luc Van den Bossche en uiteindelijk bij Luc Martens. Velen denken dat Herman mij een postje heeft bezorgd, maar dat was niet zo. Ik zat er eerst. Op het einde hield ik me bezig met de communautaire dossiers Brussel en de Rand en dat was zeer zwaar. Ik had thuis vier kinderen, werkte halftime, maar ik moest toch alle dossiers opvolgen. Die laatste legislatuur stond ik er eigenlijk alleen voor en dat was van het goeie te veel. Ik zei: 'Nu is het genoeg geweest, stop! Ik ga heel mijn huis eens onderhanden nemen.' Ik was van plan om na een paar jaar terug aan de slag te gaan, maar eens gestopt, geraak je niet meer opgestart. Ineens werd ik door allerlei andere zaken opgeslorpt. Ik had me al snel ingeschreven voor bijscholingscursussen en deed vrijwilligerswerk.»

HERMAN: «Jij bent er getuige van dat ik niet in een zwart gat viel.»

GEERTRUI: «Ik ook niet, op geen enkel moment. Maar het was wel een shock, omdat we het niet hadden zien aankomen.»

HERMAN: «Het was dat fameuze jaar van de zonne-eclips en we waren op vakantie in Portugal. Ik stond daar met dat brilletje op en er was zoiets... Alsof er nieuwe energie vrijkwam. De verpletterende verantwoordelijkheid van al die jaren woog ineens niet meer op mij. Ik had dat tevoren niet als een loden bol meegesleept, maar plots voelde ik me zo... licht. Ik niet alleen, collega's van de partij ervaarden exact hetzelfde. Niemand gelooft dat, maar we waren na de val zo'n beetje een uitgelaten bende.»

...

«Acht jaar lang is mijn website mijn redding geweest. Had ik die niet gehad voor mijn tocht door de woestijn, dan weet ik niet waar ik vandaag zou gestaan hebben.»

«Eens in de oppositie ben ik beginnen schrijven en ik kreeg enorm veel reacties. Zodanig zelfs dat men me e-mails stuurde als ik een dag niet publiceerde. 'Dan weten we niet wat we moeten denken' kreeg ik te horen.» (lacht)

GEERTRUI: «Intellectueel gaf je dat veel voldoening. Die gedichtjes: zo kenden de mensen je niet.»

HERMAN: «Tien jaar geleden zat een politieker te wachten op een journalist die het fantastische idee had om hem te interviewen. Vandaag bieden wij zelf iets aan en van het moment dat dat de moeite is, bolt de wagen vanzelf. Internet heeft de rollen omgekeerd, maar je moet wél kwaliteit bieden.»

«Ik zit nu met een dilemma, want met de stoel waarop ik nu zit moet ik voorzichtig zijn. Ik wil niet zo persoonlijk worden als een Bert Anciaux die zelfs kwijt wil hoe hij zich voelt. Ik zoek nu een aanvaardbare formule, want ik kan het schrijven niet meer laten.»

GEERTRUI: «Zonder je website was het erg geweest. Ik kan niet schrijven en ik mis dat. Maar ik ben nu eenmaal een wetenschappelijke geest.»

...

«De nederlaag van 2003 was veel erger dan die van '99. Een mokerslag, toen was ik kwaad. Ik dacht: 'Dit is mijn laatste termijn. Er zit voor mij niks meer in. Mijn loopbaan eindigt als ik 60 jaar ben, ik zal wel iets anders gaan doen. En lukt dat niet, dan is dat maar zo.' Ik had me daarbij neergelegd, ik had geen andere keuze.»

«Om duidelijk te maken dat het voor mij op zijn einde liep, ben ik heel hoog in het parlement gaan zitten, hoewel mijn plaats door mijn anciëniteit beneden was. Maar in juni 2004 kwamen we in de Vlaamse regering en een paar maanden later beseften we: het tij kan keren.»

«Eind 2004 is Vandeurzen naar mij gekomen en heeft gezegd: 'Als we terugkeren in de federale regering, hebben wij u nodig'. Daarna zijn de perspectieven én voor de partij én voor mijzelf alleen maar verbeterd. Nu ben ik zelfs voorzitter van de Kamer. Moest je dat drie maanden geleden of zelfs een maand geleden gezegd hebben, niemand zou het geloofd hebben. Ook ik niet.»

«Je ziet hoe snel het plots kan veranderen. Ik heb in mijn politieke carrière al twee keer zo'n kering meegemaakt. In januari '88 werd ik senator. De jongste, want toen moest je daarvoor 40 jaar zijn en ik was dat net geworden. Op 9 mei werd ik staatssecretaris voor Financiën en op 18 september voorzitter van de almachtige CVP. Allemaal op negen maanden tijd! Ik kneep in mijn arm en dacht: 'Is dat eigenlijk wel wààr?' Dat fameus partijcongres in Antwerpen, ik heb er vorige week nog een foto van gezien. Mijn vier kinderen waren erbij: de oudste was acht, de jongste twee jaar. Onwezenlijk was dat.»

«Een tweede sterk moment volgde in september 1992, de fameuze Sint-Michielsakkoorden. Ik had heel veel moeilijkheden gehad met de CVP en die regering-Dehaene was niet graag gezien. Jean-Luc zijn populariteit was toen onbestaande. 's Morgens zei ik hem: 'Ik werk die akkoorden met u af, maar ik ben geen kandidaat voor mijn eigen opvolging als voorzitter, want ik haal beslist geen 30%.' 's Nachts rondden we al die akkoorden af. 's Anderendaags wou ik in de kamerfractie verslag uitbrengen en Dehaene en ik kregen applaus toen we binnenkwamen. In de senaat: zelfde scenario, zelfs een staande ovatie! Ze zeiden: 'Onze voorzitter is opnieuw kandidaat' en 's avonds werd ik met unanimiteit herverkozen. Terwijl ik 24 uur eerder geen kandidaat was! Ik kwam daar buiten, een ander zou vijf pinten drinken, maar ik stond daar alleen met een brede lach te genieten van het onwezenlijke.»

«In de week zei iemand me: 'Je moet kunnen dromen om van de werkelijkheid te kunnen genieten'. Maar neen, juist de werkelijkheid is irreëel. Surrealistisch: ça dépasse la réalité. Ik zag dat voor de derde keer in, terwijl ik neerzakte op de stoel van de kamervoorzitter. Mijn broer Eric was aanwezig met zijn dochter Heidi. Hij heeft een zeer mooie, ontroerende tekst geschreven op zijn website. Je weet, mijn ouders zijn overleden eind 2004 en hij schreef: 'Dat hadden zij moeten meemaken, je daar zien zitten op die hoge stoel.' Ik voelde me weer die jongen van 16 jaar die droomde van politiek. Ik heb nooit gedroomd om daar voor de Kamer te zitten. Het overkomt me allemaal, ik ben zo verwend door het lot. Totààl.»

...

HERMAN: «Vrienden in de politiek? Dat bestaat niet, maar ik heb met sommigen wel een goed contact. Met Louis Tobback, met Elio Di Rupo. Ik herinner me nog dat Tobback zei dat hij een bewonderaar was van Albert Camus. Ik heb hem toen een briefje geschreven, dat Camus mijn jonge jaren gered heeft. Ik had al zijn werk gelezen toen ik 20 was: die schrijver heeft me mijn puberteit helpen overleven en het zoeken naar een identiteit. 'Le devoir d'être heureux'. Dat ben ik nooit vergeten.»

«Soms ontstaat tussen politici wel een soort van symbiose of er zijn momenten van intimiteit. Momenten die voorbijgaan, want politiek is een heel concurrentiële wereld. Er woedt niet alleen een strijd tussen de partijen, maar ook binnen je eigen partij: da's nog de moeilijkste van allemaal.»

«Ik zat in de ministerraad naast Magda De Galan. Een heel fijne, kwetsbare vrouw. Ze was minister van Sociale Zaken en kende haar dossiers. Ineens werd ze onwel, ze zakte als een pudding in mekaar. Di Rupo en ik hebben haar naar een zetel gevoerd, we zaten arm in arm naast haar. Magda kwam terug bij kennis en zei: 'Voilà, ik zit nu tussen twee vice-premiers. Niks kan me nog overkomen'. Een ziekenwagen heeft haar weggebracht en gelukkig was het maar een appelflauwte. Maar toch, dit was een contact over alle ideologische, filosofische en politieke grenzen heen. We verstonden mekaar en beseften dat we mekaar eigenlijk graag zagen.»

«Toen de regering in '99 gevormd werd, zaten wij in de oppositie. In de namiddag kreeg ik een telefoon van Frank Vandenbroucke. 'We vertrekken met een paarse regering, maar we hebben zes jaar samengewerkt. Mijn collega's en ik danken u voor de samenwerking.' Dat was zeer uitzonderlijk, ik weet zelfs nog waar ik stond toen ik dat telefoontje kreeg. Frank en ik waren geen vrienden en ik denk dat hij niet alleen op eigen initiatief handelde, maar ik apprecieerde dat.»

«Herinner je je de zaak Trusgnach toen Di Rupo in opspraak kwam. Elio zat naast mij, hij was kapot. Hij kwam in het kernkabinet en zei: 'Ik ben wie ik ben, mais jamais avec des mineurs'. Ik ben tussengekomen en heb gezegd: 'Elio, je te crois'. Op wat was dat gebaseerd? Op de rede? Neen. In feite was dat een sprong in het onbekende. Di Rupo is nooit vergeten dat een echte 'conservateur' van de christendemocraten in volle Dutrouxcrisis hem geloofde. Ben je dan vrienden? Neen, maar je hebt wel iets voor mekaar over. Dat wil vooral zeggen dat ook in de politiek de menselijke verhoudingen van kapitaal belang zijn. 't Is zoals Pascal zegt: 'Si le nez de Cléopâtre eût été plus court, la face du monde eût été changée.' Dan zou Marcus Antonius nooit op Cleopatra verliefd zijn geworden en was de burgeroorlog in Rome anders verlopen.»

...

«Het is 25 jaar geleden dat een regeringsvorming nog zo moeilijk was en ook daarin speelt de menselijke factor een grote rol.»

«De liberalen zijn elf jaar in de oppositie geweest, wij acht jaar. Er is verongelijkt gereageerd, wraak genomen, misschien werden bij ons ambities boven principes gesteld. Da's zoals in een echtscheiding: de schuld ligt aan de twee kanten. Feit is dat de christendemocraten en de liberalen, 19 jaar uit mekaar zijn gehouden, terwijl Vlaanderen eigenlijk vroeg om een centrum-rechts kabinet. Waarom kon dat niet? Omdat personen door allergieën, door misverstanden dachten mekaar niet te zullen verstaan. Op de duur krijgt men karikaturen van mekaar, beelden die op geen enkel ogenblik aan de werkelijkehid beantwoorden. Je blijft vechten tegen een fictieve vijand. Op een gegeven moment moet je zeggen: 'Jongens, gedaan. Het bord is afgeveegd, we beginnen opnieuw.»

«Wantrouwen zorgt voor de moeilijke onderhandelingen van vandaag. Wantrouwen tussen christendemocraten en liberalen, tussen Vlamingen en Franstaligen. Tussen de Franstaligen onderling die mekaar bitter en soms tot bloedens toe bevochten hebben tijdens de verkiezingen. En tussen Vlaamse christendemocraten en liberalen die twintig jaar nutteloze geschiedenis als casserollen achter zich meeslepen. Dat wantrouwen herstellen, is een zaak van tijd. Mocht men dat kunnen herstellen, zal de rest veel makkelijker volgen. Wantrouwen heeft tot gevolg dat men zich altijd afvraagt: 'Als ik die stap zet, zal men daar dan geen misbruik van maken?' Kijk, dan beweeg je niet. Dan blijf je zitten, kampeer je ter plekke. Tussen Vlamingen en Franstaligen zijn de belangen enorm tegengesteld geworden. Tja, dan helpen mensen niet eens.»

«En toch maakt de menselijke factor alles altijd makkelijker. Soms ligt het in hele kleine dingen. Samen een keer eten en dan tot de conclusie komen: 'Ik dacht dat die zo was, maar dat is in feite niet waar.'

Ik geef een voorbeeld. Mevrouw Milquet wordt dikwijls bij ons afgeschilderd als een chaoot. Ik heb haar een paar keer bezig gezien en ik ben daar helemaal niet van overtuigd. Ze voelt zich goed in een alliantie met de PS: wat is daar mis mee? Ze is loyaal aan Di Rupo, zo loyaal dat ze eraan ten onder is gegaan. Ze zit in een coalitie die de kiezer heeft gewild, oranje-blauw. Joëlle Milquet kan tussen twee vuren komen en dan zit ze in een onmogelijk parket en haar partij in een existentiële crisis. Als je dat niet aanvoelt en je niet kan inleven in haar toestand krijg je nooit beweging in de zaak. Men weet dat niet, maar een Jean-Luc Dehaene kan dat. Hij is geen massapsycholoog, maar hij kan zich perfect inleven in mensen. Zelfs in die tien dagen bemiddelingsopdracht had hij het vertrouwen van velen gewonnen. Ik vind het nog altijd jammer dat Dehaene niet kon doordoen of niet wilde doordoen: de geschiedenis zal uitmaken wat hem tegenhield.»