REIS IN RWANDA
Van 28 oktober tot 7 november was ik in Rwanda. Ik was er nooit eerder. Het doel was kennismaken met de projecten van een zuster van Sint-Franciscus uit mijn streek. Op haar 84 jaar vergezelde zij mijn vrouw en ik bij bezoeken aan scholen, gezondheidscentra, parochies, dorpen in de heuvels, zusters die gevangenen bezoeken en helpen e.a. Anders dan bij officiële reizen waar men alleen ziet wat de overheden u willen laten zien, kon ik me een geschakeerd beeld vormen in alle hoeken van het land. Door een reeks toevallige omstandigheden had ik toch een aantal gesprekken met hoge vertegenwoordigers van het regime. En toch komt men buiten met meer vragen dan antwoorden. Ik behoor dus niet tot degenen die na enkele dagen (officieel) bezoek zelfverklaarde experten worden.
Rwanda is in elk geval, zoals vele arme landen – zeker de Afrikaanse – vol tegenstellingen. De armoede op de (tien-)duizend heuvels is extreem. Het is een overlevingseconomie met nog somberder vooruitzichten door de blijvend sterke bevolkingsgroei. Daartegenover staat de expansie van de enige stad van het land, de hoofdstad Kigali. Maar binnen de stad zelf zijn de inkomensverschillen erg groot. Wat steeds opvalt in arme landen is een zeer beperkte, maar hoogtechnologische dienstensector en de voormiddeleeuwse landbouweconomie. Natuurlijk is er vooruitgang maar het inkomen per hoofd blijft onder het peil van vóór de genocide (1994) en toen was Rwanda één van de armste landen ter wereld.
Rwanda is een sub-Saharaland en dus getroffen door HIV en aids. De internationale gemeenschap stelt massaal geneesmiddelen (gratis) ter beschikking zonder dat de ziekte helaas afneemt en terwijl andere ziekten (zoals malaria) talloze slachtoffers blijft maken. Wie gezondheidscentra bezoekt, valt de inzet van de mensen op maar ook de enorme onderbestaffing en vooral het tekort aan instrumenten en toestellen, zeker bij defecten. De katholieke instellingen zijn dan nog beter gesteld dan de publieke sector, dixit de overheid zelf.
Wat speelt zich in de hoofden en harten van de Rwandezen – in de twee etnieën – af na al wat er is gebeurd in 1994 ? In elk geval is er een zeer sterke uitbreiding van allerhande ziekten die voortkomen uit traumatismen uit de genocide. De explosie van het aantal religieuze sekten is een teken van de grote ontreddering in het land. De katholieke Kerk vormt net geen meerderheid meer in het land. Volksrechtbanken (gacaca's) spreken recht maar in welke mate is dat verzoenbaar met een minimale rechtsstaat ? Wat is er op korte termijn belangrijker : politieke stabiliteit of democratie ? En is op langere termijn democratie en machtsdeling geen voorwaarde voor duurzame stabiliteit ? Hoe zullen jongeren reageren : in de scholen in de steden verandert de mentaliteit zeer snel in de richting van de moderniteit. Tussen hun weinig ontwikkelde ouders op de heuvels en henzelf, jongens en meisjes, groeit een afstand. Hopelijk zal onderwijs mensen voortbrengen die minder etnisch manipuleerbaar zijn.
Ik schreef hier maar een paar 'indrukken' neer. Een bijzondere indruk maakte het monument voor de tien gesneuvelde Belgische blauwhelmen en het memoriaal voor de genocide in Kigali. Ik was regeringslid ten tijde van de genocide.


