43 posts categorized "Sociaal-economisch"

03/02/2010

Le Président permanent du Conseil européen rend visite à Yves Leterme

Le Premier ministre Yves Leterme a reçu aujourd'hui le Président permanent du Conseil européen Herman Van Rompuy au Lambermont pour discuter du sommet européen informel de la semaine prochaine. A l'initiative de Van Rompuy, les chefs d'Etat et de Gouvernement de l'Union européene se réuniront le 11 février à la bibliothèque Solvay à Bruxelles.

Lees meer "Le Président permanent du Conseil européen rend visite à Yves Leterme" »

17/03/2008

VADERTJE STAAT

De Amerikaanse zakenbank Bear Stearns heeft vrijdag jl. een noodkrediet gehad van de Amerikaanse centrale bank (FRB). De bank dreigde niet meer te kunnen voldoen aan haar kortlopende financiële verplichtingen. Geldschieters vroegen bliksemsnel hun geld terug. Een ‘run’ op een bank. Het spook van de jaren dertig keert terug. Eén van de grote redenen van de financiële crisis in de Verenigde Staten is een tekort aan overheidscontrole. Door de lage rente en een ongebreidelde hebzucht werden roekeloze risico’s genomen die nu wereldwijd moeten uitgezweet worden. De markt mag nooit uitgroeien tot wild kapitalisme. Dat laatste wordt dominerend in ex-communistische landen als Rusland en China. Tegenover de mondialisering van de economie staat geen ‘tegenmacht’ van de overheid, gewoon omdat die internationaal te weinig georganiseerd is. In de Europese Unie groeit wel een soort Europese overheid. Inzake klimaatbeleid, bijvoorbeeld, is een sterke overheid nodig. De markt alleen komt tot geen ecologisch beleid. De overheid moet sturen en impulsen geven. Uitvoeren kan dan weer de markt beter maken. Op een ogenblik dat we Europa en de overheid nodig hebben verliezen ze veel vertrouwen bij burgers. In Noord-Europa blijkt uit onderzoek dat het vertrouwen in overheid en bedrijfsleven nog nooit zo laag zijn geweest, zeker als het over het klimaat gaat. Die mentaliteit kan alleen doorbroken worden door de zaken aan te pakken, door ‘maakbaarheid’ waar te maken. Resultaten overtuigen mensen, niet verklaringen en media campagnes.

De overheid heeft zich de jongste decennia teruggetrokken uit het economisch leven (cf. privatiseringen en liberaliseringen). Zij moet echter sterker aanwezig zijn o.m. inzake klimaat.

Elke tijd moet naar zijn evenwicht zoeken.

01/02/2007

VRAAG NIET WAT BELGIE KAN DOEN VOOR U

Elio Di Rupo hing een optimistisch beeld op van de toestand van de Waalse economie. "Licht in de tunnel' was de boodschap. Dat moet men natuurlijk zien in het licht van de verkiezingen van 10 juni, het recente rekwisitoor van MR-senator Destexhe over de Henegouwse economische toestand en de wil om de PS-schandalen naar de achtergrond te duwen.

Het is moeilijk te zeggen of Wallonië eindelijk begonnen is aan een inhaaloperatie. Het valt wel op dat Vlaanderen zowel voor Di Rupo als voor Waalse gewestminister Antoine (cdH) als referentie wordt genomen ('maillot jaune'). Op een ogenblik dat Vlaanderen de rol moet lossen t.o.v. andere topregio's in de EU.

2006 is een slecht vergelijkingspunt want een jaar van internationale conjunctuurherleving, waarin de zwakke regio's het ook veel beter doen. De werkloosheidsgraad steeg in het Zuiden in 2006 lichtjes terwijl die in Vlaanderen even lichtjes terugliep maar 'ons' peil is meer dan de helft kleiner dan het andere. Vergeleken met bijv. 2002 ligt de werkloosheidsgraad in Vlaanderen echter vandaag ook hoger (7 pct.).

In het Zuiden is het onderwijs het probleem. De kwaliteit is dramatisch slecht. Vlaanderen staat op dat vlak aan de top in de wereld. Menselijk kapitaal zal het verschil maken. Bill Gates zei dit nog enkele dagen geleden: "Landen die niet inzetten op het vernieuwen van onderwijs en ICT-vaardigheden missen economische kansen in een snel kleiner wordende wereld en leggen het af tegen andere die wel doortastend optreden". De concurrentie met China en India gaat ook over de steeds hoger opgeleide beroepsbevolking. Voor onderwijs is de Franse Gemeenschap al sedert 1988 bevoegd. Wat zij zelf doen gaat niet beter. De Ieren hebben hun economisch mirakel te danken aan vijf factoren: onderwijs, EU-steun, de toetreding tot de EU, het Engels als aantrekkingskracht voor Amerikaanse investeerders en het lage tarief voor de vennootschapsbelasting. Onderwijs en de geringe productiviteit van de Henegouwse EU-steun zijn alvast minpunten voor Wallonië.

Ik hoop dat de PS begrepen heeft dat alleen de particuliere sector hen er kan bovenop helpen. Bijna drie kwart van de vastgestelde tewerkstellingstoename tussen 2000 en 2004 komt echter voor rekening van de weinig conjunctuurgevoelige en in belangrijke mate door de overheid gesubsidieerde branche van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening (zie jaarverslag 2006 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid). Hebben ze 'het' begrepen? Ik ben niet zeker. In de wet op de notionele intrestaftrek ter stimulering van investeringen met eigen middelen, liet de PS een bevriezing van het voordeel met drie jaar inschrijven. Absurd. Het is pas onder druk van grote buitenlandse investeerders tijdens een China-reis van de regering dat die bepaling verdween.

Hét middel om de miljardentransfers tussen Vlaanderen en Wallonië te doen opdrogen is een snellere economische groei dan Vlaanderen. Tussen 2000 en 2004 was dat (nog) niet het geval: 1,2 pct. (per jaar) tegen 1,5 pct.

Di Rupo zei dat sommige Walen (Destexhe e.a.) meer van Wallonië moeten houden. In de liefde is er echter geen verplichting. Om het nog anders te zeggen naar een gevleugeld woord: men kan van een volk houden maar niet van zijn leiders!

06/12/2006

KWANTITEIT EN KWALITEIT

De economische groei zal dit jaar ongeveer 3 pct. bedragen. Daarmee komt men in de buurt van de jaren 1999-2000. In het algemeen is de toename van het BBP (nationaal product) in de eerste vijf jaar van deze eeuw nagenoeg gelijk aan dit van de eurozone zoals in de vijf jaar daarvoor, alles slogans ten spijt. De vraag is of de kwaliteit van de groei goed is.

Zo is het vooral de binnenlandse vraag die de economische groei voedt en nauwelijks de uitvoer, waar we blijven marktaandelen verliezen.

Binnen die binnenlandse vraag is het vooral de private consumptie die het werk doet (minder dan op het einde van de jaren negentig) maar de bron hiervan zijn ofwel inkomensstijgingen (die de concurrentiekracht aan de ondernemingen hebben aangetast) ofwel lastenverlagingen (die het structureel begrotingstekort veroorzaakten).

Het overheidsverbruik (= uitgaven) stijgt bij ons sneller dan in andere landen en voedt de economische groei !

De marktaandelen van onze uitvoer daalden veel meer dan in onze buurlanden precies door het verlies aan competitiviteit, niet alleen van de kosten maar van vele andere factoren.

De kwaliteit van de economische groei in het ene jaar kan de kwantiteit van diezelfde BBP-toename de volgende jaren bepalen.

Volgend jaar zal het BBP met 2 pct. aanzwellen, een beetje trager dan tot voor kort verwacht door het drama van Volkswagen (Vorst) en ongeveer gelijk aan de trendmatige groei.

Een ander probleem is de omzetting van economische groei in jobs. Om hiervan een goed beeld te hebben zou men alle gesubsidieerde of loutere overheidsbanen moeten weglaten uit de vergelijking en alleen de jobs gecreëerd door de markt behouden. Wij hebben hier geen goede recente cijfers over maar het zou me niet verwonderen mocht dit meer dan eenderde zijn.

De waarheid ligt dikwijls achter de cijfers. De waarheid naar voren brengen is in de antieke Griekse betekenis het verborgene naar boven spitten.

13/09/2006

DE ZOEKTOCHT NAAR SPOOKMILJARDEN

Het paarse begrotingsbeleid is sedert het begin gebaseerd op perceptie.

Vooreerst is het primair overschot (het saldo min de rentebetalingen op de schuld) gedaald met minsten 4 BBP-punten of 17 mia euro tussen 2001 en 2007. Dat is veel sterker dan bij de buurlanden. Dat is de ‘echte’ begroting want van de rente is de politiek niet meester.

Ten tweede bereidt men een gigantische begrotingstruc voor om 2007 recht te trekken. Zonder de recente ‘rekenfout’ is er 4.5 mia euro nodig. Zonder deze kunstgreep raakt men nooit klaar met de begroting tegen 10 oktober, de dag van de State of the Union.

Ten derde is er een nieuwe goocheltoer nodig om te ontsnappen aan het verdict van Eurostat dat de overname van de NMBS-schuld door de federale overheid aanrekent als een overheidsuitgave zodat er dit jaar een begrotingsdeficit van 7.5 mia euro zou ontstaan. Een nieuwe truc moet een oudere goedmaken.

Ten vierde is er de misrekening bij de belastingopbrengsten van wellicht 1 mia. euro. Een ongelooflijke ‘blunder’ in de ‘modelstaat’. Wie leeft door de perceptie zal door de perceptie ten onder gaan. Een nieuwe truc moet deze ‘tegenvaller’ maskeren.

De begroting wordt virtueel. Zo ook de federale regering.

04/09/2006

ALLES KAN BETER

De vaderlandse economie groeit de jongste decennia even snel als de rest van de 'oude' Europese Unie. Sedert 2001 is dat ook opnieuw het geval. Hoe kan men toch beter doen?

In de eerste plaats zou het Belgische groeitempo naar omhoog gaan als de Waalse cijfers beter zijn. Op middellange termijn is er een verschil (Vlaanderen/Wallonië) van ongeveer 0,5 pct. per jaar.

Ten tweede groeit de jongste tien jaar onze uitvoer in volume merkelijk trager (20 pct.) dan onze belangrijkste concurrenten. Er is ongetwijfeld een verlies aan globale concurrentiekracht.

Voor het eerste is er economisch federalisme nodig bij de volgende federale regeringsonderhandelingen.

Voor het tweede zijn er de komende onderhandelingen over een interprofessioneel akkoord (IPA) in het najaar, die zich trouwens niet zo positief aankondigen.

24/07/2006

INTERVIEW MET HERMAN VAN ROMPUY IN ‘DE TIJD’ VAN ZATERDAG 22 JULI 2006 (DOOR WIM VAN DE VELDE)

'De schoolpremie en de jobkorting stellen economisch weinig voor', zegt gewezen minister van Begroting Herman Van Rompuy (CD&V) over de blikvangers van de tweede begrotingscontrole die de regering donderdag afrondde. Van Rompuy: 'Wie het geld krijgt, zal het wel goed kunnen gebruiken. Maar de bijdrage aan de economie is marginaal.'

De regering kondigt in naam van de koopkracht een schoolpremie en een jobkorting aan. Zijn dat de meest efficiënte maatregelen om de koopkracht te verhogen?

Herman Van Rompuy: 'Volgens een studie van het Planbureau doet een verhoging van de kinderbijslag met 1,6 miljard euro de groei van het bruto binnenlands product (BBP) amper met 0,1 à 0,2 procent toenemen. Dus, als de schoolpremie en de jobkorting samen goed zijn voor 300 miljoen euro, gaat het maar om een fractie van de BBP-groei.'

Hoe staat het eigenlijk met onze koopkracht?

Van Rompuy: 'Sinds 2001 is de toename van de koopkracht heel beperkt gebleven, blijkt uit cijfers van de Nationale Bank over de bruto bezoldiging per persoon. In 2005 en volgens de ramingen voor 2006 en 2007 zie je eigenlijk een stabilisatie.'

'Men zegt dat wij een automatische indexkoppeling hebben, maar sinds 1994 zijn de lonen gekoppeld aan een gezondheidsindex, waaruit de benzineprijzen zijn gehaald. En dat weegt op de koopkracht, hoe je het ook draait of keert. Met de politieke instabiliteit in het Midden-Oosten en de hoge vraag blijven ook de komende jaren de olieprijzen hoog, wat op de koopkracht zal blijven wegen.'

'Hoe dan ook, hadden we de gezondheidsindex niet ingevoerd, dan was ons competitiviteitsprobleem nog groter geweest en hadden we dat betaald in de vorm van nog meer banenverlies.'

Wat is het beste middel om de koopkracht te verhogen, als dat al moet?

Van Rompuy: 'Er zijn twee prioriteiten: de competitiviteit en de werkgelegenheid. De rest is daaraan ondergeschikt. Om meer jobs te creëren, heb je competitieve bedrijven nodig. En dat vereist een matiging van de arbeidskosten. Er moet een verlaging van de sociale bijdragen komen voor de allerlaagste inkomens, want daar is het werkgelegenheidseffect het grootste, en voor de hogere inkomens, om de kennis hier te kunnen houden.'

Verwacht u dat we in het najaar naar een competitiviteitspact gaan, zoals premier Guy Verhofstadt al meermaals heeft aangekondigd?

Van Rompuy: 'Als ik de sociale organisaties bezig hoor, is er ongetwijfeld een probleem. Zij vragen een stijging van de bruto-inkomens. Als we weten dat we nog altijd een loonhandicap hebben tegenover het buitenland, worden het heel moeilijke onderhandelingen.'

'En de regering staat machteloos, want op drie maanden van de verkiezingen zal ze een akkoord tussen de sociale partners moeten overnemen, of ze het goed vindt of niet. Een paar maanden voor de verkiezingen is het uitgesloten dat de regering onpopulaire maatregelen zou nemen. Als de sociale partners geen akkoord bereiken, heeft de regering pas echt een probleem. Dan moet ze zelf maatregelen opleggen, zoals ze anderhalf jaar ook al heeft moeten doen, toen het ABVV het voorakkoord van interprofessioneel akkoord had verworpen.'

De regering staat volgend jaar voor een moeilijke begrotingsoefening.

Van Rompuy: 'Ja. De Nationale Bank en het Planbureau geven aan dat er bij ongewijzigd beleid een tekort is van 1,2 procent, omdat een aantal eenmalige maatregelen wegvalt en er een spontane daling is van de fiscale en parafiscale druk met ongeveer 0,5 procent van het BBP. Dat tekort moet omgebogen worden in een overschot van 0,3 procent, wat neerkomt op een begrotingsinspanning van meer dan 4,5 miljard euro. In Belgische franken gaat het over 180 miljard, wat vergelijkbaar is met de inspanning ten tijde van het Globaal Plan in 1993. Als men dat serieus zou doen, zal men aan de koopkracht moeten raken. Maar het lijkt me duidelijk dat de regering voor de verkiezingen naar ontsnappingsroutes zal zoeken en bij een onuitgegeven verzameling begrotingstrucs zal uitkomen, zoals het inpikken van de nucleaire reserve bij Electrabel. We zitten in een periode van creatieve boekhouding.'

www.ericvanrompuy.be

www.petervanrompuy.be

18/07/2006

DE PORTEMONNEE EERST


De federale regering werkt aan de begrotingscontrole 2006. Volgens de Nationale Bank is er een tekort van 0.3 pct. BBP te overbruggen of 900 mio. euro. Maar dat is niet het punt want de bewindslieden zijn vooral bezig met het uitdelen van electorale geschenkjes goed voor 200 à 300 mio. euro. Om toch maar in september te kunnen uitpakken met iets lekkers moet er ook een juridische formule gevonden worden om bij Koninklijk Besluit een regeling te treffen voor het ‘schoolgeld’ en niet langs een wetsontwerp. Het wordt dus een aanpassing van de leeftijdtoeslagen in de kinderbijslagen. Einde juni zat men nog op het spoor van een wetsontwerp.

Jammer genoeg is de politieke agenda andermaal niet sociaal-economisch maar maatschappelijk. Het rechtsgevoel van velen wordt weer ondergraven door de zaak-Kaplan. De ideologische afkeer van de PS voor gevangenisstraffen heeft hiertoe geleid. Paars probeert steeds terug te keren tot de portemonnee om het povere palmares inzake veiligheid toe te dekken. De socialisten in Noord en vooral Zuid moeten ook de ‘graaicultuur’ van een aantal toppolitici doen vergeten.

Herinner u dat alles startte met de ‘werf’ over het stimuleren van de koopkracht. Wat bepaalt die koopkracht van de gezinnen? Vooreerst de reële ontwikkeling van de bezoldigingen. Dat ziet er niet zo goed uit mede door een inkomensmatiging (weliswaar kleiner dan in de buurlanden met de problemen vandien inzake concurrentiekracht en marktaandelen) en door de benzineprijzen (die niet in de gezondheidsindex zitten).

2005

2006

2007

Bruto bezoldiging per persoon

2.4

2.5

2.1

Inflatie(HICP)

2.5

2.4

1.9

Reële groei bezolding per persoon

-0.1

+0.1

+0.2

Voor dit jaar is het zelfs mogelijk dat de recente vlucht van de olieprijzen leidt tot opnieuw een negatieve groei.

Een ander middel om de koopkracht te stimuleren is belastingverlaging. De belastinghervorming van 2001 heeft in 2006  gevolgen ten belope van 1.4 mia euro ( voor een stuk opgegegeten door BEVEK-taksen e.a ten belope van 500 mio. euro). Dit moet de koopkrachtsstagnatie, sedert 2001 trouwens , wat milderen. Voor 2007 is er echter geen effect meer van de belastingverlaging en neemt dus de individuele koopkracht nauwelijks toe.

De belangrijkste duw aan de koopkracht komt er echter door de toename van de werkgelegenheid sedert 2004 die op haar beurt afhangt van de internationale economische herleving. Hoe matiger de inkomensontwikkeling hoe beter het aantal jobs er bij vaart. Hoe meer de overheid dus doet voor de werkgelegenheid hoe krachtiger de toename van de werkgelegenheid en dus van de globale koopkracht.

De weerslag van een inspuiting met meer inkomen en koopkracht op de economie is echter beperkt. Zo berekende het  Planbureau dat 1.6 mia. verhoging van de kinderbijslagen amper 0.1 à 0.2 pct. extra BBP-groei geeft. Het schoolgeld en de verhoging van de forfaitaire aftrek voor beroepskosten zijn maar een fractie van dat bedrag.

Economisch stelt dus de begrotingscontrole niet veel voor. Maar, zoals gezegd, is het doel electoraal.
Voor volgend jaar moet 4.5 mia. gevonden worden om de begroting een verplicht licht overschot te geven. Mocht het ernstig gebeuren zal volgend jaar met de andere hand teruggenomen worden.

 

23/06/2006

Peter Van Rompuy - DE ECONOMIE IS NIET ALLES EN ALLES IS NIET ECONOMISCH

Afgelopen zondag hebben de regerende Slovaakse liberale christendemocraten o.l.v. Dzurinda de verkiezingen verloren ten voordele van de ultranationalisten.

Nochtans kon Dzurinda de afgelopen 8 jaar een indrukwekkend parcours voorleggen. Na de splitsing tussen het ‘rijke’ Tsjechië en het ‘arme’ Slovakije, werd er aanvankelijk wat aangemodderd o.l.v. oud-bokser Meciar tot in ‘98 Dzurinda de leiding nam. Hij voerde een vlaktaks in en leidde Slovakije de EU en NAVO in. De werkgelegenheid halveerde van 20% naar 10%. Vandaag groeit de Slovaakse economie gemiddeld met meer als 6 % en is goed op weg om binnen afzienbare tijd rijke ‘broer’ Tsjechië in te halen.

Deze combinatie van groeiende werkgelegenheid en een economische ‘hoera’-stemming leek de ideale mix om alle lagen van de bevolking voor zich te kunnen winnen.

Niets is minder waar. De ultranationalisten zijn vandaag haast dubbel zo groot als de grootste regeringspartij (29,4%). De helft van de Slovaken leeft immers nog steeds onder de armoedegrens. Ook veiligheid blijft een bekommernis, evenals de roep tot verdediging van het traditionele Slovaakse identiteitsgevoel in een snel moderniserende samenleving.

Eigenlijk hebben de liberale Slovaakse christendemocraten belangrijke aspecten van het progamma van de Vlaamse VLD gerealiseerd: een vlaktaks (“iedereen betaalt evenveel en de rest is jaloezie” zei Van Quickenborne hierover) en het sluiten van de ogen voor de inkomensprong van ‘de rijken’ (cfr. onze discussie over het publiceren en aftoppen van toplonen).

De Slovaakse ultranationalisten staan voor alles waar de VLD tegen is: een BTW verlaging, hogere taksen voor de rijken en het afremmen van het ‘tempo van veranderingen’. Daarenboven is de sociale (en budgettaire) weerslag van een vlaktaks in de personenbelasting bijzonder groot (cfr. Prof. A. De Coster (KUL) Is een vlaktaks fair?).

De uitslag in Slovakije is een les voor de VLD die vandaag meent zicht terug te werpen op hun electorale core-business: het socio-economische. Werkgelegenheid (of 140.000 jobs) bieden blijkbaar op zich nog onvoldoende zekerheid. In een snel veranderende samenleving is ondoordacht morrelen aan de sociale zekerheid daarom uit den boze (na 3 jaar op leefloon). Daarenboven wint de roep om immateriële zekerheid blijkbaar aan belang, zelfs in landen waarvan wij dachten dat het socio-economische nog zou primeren. De VLD onderschat schromelijk de gehechtheid aan een Vlaams identiteit-/samenhorigheidsgevoel. Het migrantenstemrecht, de regularisaties, het dumpen van de staatshervorming, het pleiten voor de toetreding door Turkije, fnuiken elke poging van de VLD  – zelfs zonder geruzie – om uit het dal te raken.

It’s not the economy, stupid.

13/06/2006

DE 'WERVEN' LIGGEN OPEN. WIE ZAL DE BOUWMEESTER ZIJN? (Kerstprogramma, CVP 1945)

Ik heb mij enkele jaren gedeisd gehouden over 's lands begroting. Elk jaar herhalen dat er een structureel tekort was van 1 pct. werd vermoeiend.

Wie vandaag aandachtig de cijfers van de Nationale Bank bekijkt, raakt toch onder de indruk. De 'echte' begroting, het zgn. primair overschot (dus excl. de rentelasten op de openbare schuld) zou dalen tot minder dan 3 pct. in 2007, één BBP-punt (3 mia euro) minder dan dit jaar en twee minder dan 2004, vier minder dan in 2001. Ik zou het ook nog anders kunnen samenvatten: in 'mijn' periode steeg het primair overschot met 3 BBP-punten en onder paars daalde het met 3 punten. C'est ça mais c'est le contraire!

Deze ontwikkeling in 2006 en 2007 is des te verontrustender omdat in die jaren de economische groei op het peil is van de trendmatige (potentiële BBP-)groei. Daarin spelen natuurlijk de 'structurele eenmalige maatregelen) van ongeveer 0,5 pct. per jaar en de belastingverlaging in 2006 en 2007 een grote rol. Maar als men het begrotingsgat (1,2 pct.) reëel wil vullen, dan tast dit op een of andere wijze de koopkracht aan, wat electoraal minder zichtbaar is maar economisch even reëel.

Wie de werkelijkheid ontloopt, komt ze tegen.

De verhoogde economische groei (+ 0,2 pct.) van 2006 stelt budgettair niet veel voor: ongeveer 0,1 pct. meer inkomsten of 300 mio euro. Maar wellicht heeft de federale regering die centen nodig om toch nog een budgettair evenwicht uit de brand te slepen. De Nationale Bank verwacht immers een deficit van 0,3 pct. dit jaar. Maar paars intussen kennende, zullen ze kiezen voor snoepjes en koekjes en zoeken naar een nieuwe truc om het 'evenwicht' te bewaren op het einde van het jaar.

Intussen moet nog een andere truc gevonden worden om te beletten dat de overname van de NMBS-schuld (2 pct. BBP) op de begrotingsrekening 2006 terechtkomt na het 'njet' van Europa.

En als dat ook gelukt is, moet de creatieve boekhouding ingezet worden om 4,5 mia euro te vinden voor de begroting 2007. Paars kennende zal men dat doen na de verkiezingen van 8 oktober. De State of the Union zal wel een weekje uitgesteld worden.

Veel allure heeft het niet. Maar dat zijn we gewoon.

12/06/2006

KOOPKRACHT: DE CIJFERS

In haar sociaal-economisch programma "Weten waar naartoe" (oktober 2005) bracht CD&V, veel eerder dan de federale regering, het probleem van de mededingingskracht van de bedrijven onder de aandacht.  Diverse middelen moeten volgens ons bijdragen tot het herstel onder meer ook inkomensmatiging.  De paarse partijen deden dit toen af als 'inlevering'.  Enkele weken later spraken ze over een 'competitiviteitspact' ... dat echter zal moeten ingevuld worden door de sociale partners op het einde van het jaar.

Om het gezinsverbruik te onderhouden en ter compensatie van inkomensmatiging is er door de federale regering een ‘werf’ geopend over maatregelen ter ondersteuning van de koopkracht van de particulieren. Maar de bouwvakantie is voor de regering reeds begonnen.

Het is nuttig erop te wijzen dat die koopkracht de jongste jaren maar zeer matig toenam.  Zo is de bruto bezoldiging per persoon, volgens de Nationale Bank, tussen 2000 en 2005 maar gestegen met reëel 0,3 % per jaar.  Indien men het beschikbaar (dus na belasting) inkomen van alle gezinnen (werkenden en werklozen) tegen vaste prijzen ontleedt, ziet men dat tussen 2001 en 2005 er zelfs geen toename was, opnieuw volgens de Nationale Bank. Voor 2006 en 2007 voorziet het Planbureau echter een toename reëel van resp. 1,5 en 2 pct. als gevolg van de aangroei van de werkgelegenheid en van de belastingverlaging. Men kan zich afvragen of er een probleem van algemene koopkracht op korte termijn is en waartoe die werf feitelijk diende! Voor afzonderlijke groepen van mensen kan dit anders zijn. Op wat langere termijn is er het achterblijven van de sociale uitkeringen op de ontwikkeling van de welvaart.

Hoe dan ook zal een budgettaire inspanning die de koopkracht zou stimuleren met bijvoorbeeld 1,4 miljard euro zijnde het effect van de belastinghervorming in 2006 het BBP maar zeer beperkt toenemen (0,1 à 0,2 % ongeveer), volgens het Planbureau. De economische groei trekt in 2006 en 2007 trouwens aan met maar ongeveer 2,5 pct en 2 pct. ondanks die verhoging van de koopkracht. Een economische herleving brengt ons maar nauwelijks boven of op het peil van het potentiële BBP. Bij de vorige heropleving in 1999-2000 zat men boven de 3 pct. Het is een goed bewijs van de toenemende zwakte van onze economie, zoals de meeste andere in het oude Europa.

De fiscale en parafiscale druk (dus het totaal van de belastingen en bijdragen die door burgers en bedrijven betaald wordt gedeeld door het inkomen zijnde het BBP) is tussen 2001 en 2005 gestegen van 44,5 tot 44,9 pct. van het BBP. Interessant is ook vast te stellen dat de druk uitgaande van de indirecte belastingen (accijnzen, BTW o.a. op olieproducten.) toegenomen is van 12,5 naar 13,2 pct. van het BBP. In 2006 en 2007 zal zich een daling van de globale lastendruk voordoen met ongeveer één BBP-punt. De tegenhanger hiervan is echter dat het begrotingstekort, bij ongewijzigd beleid, stijgt tot 1,2 pct. (volgens het Planbureau vooral door het wegvallen van de eenmalige maatregelen van 2006 ten belope van 0,5 pct. BBP) op een ogenblik dat we een overschot moeten hebben van 0,3 pct. Ongetwijfeld de eerste taak van de nieuwe regering na de verkiezingen van 2007. Paars moet nog wel de begroting van volgend jaar maken maar dat zal eerder een taak van ‘creatieve boekhouding’ zijn.

27/04/2006

OP EN AF

De economie trekt sedert enkele maanden in de eurozone, en dus ook in eigen land, opnieuw aan. De economische groei zou dit jaar boven de 2,5 % kunnen ‘uitgroeien’, boven het trendmatige, potentiële tempo. Maar op de achtergrond wordt al gewaarschuwd voor de gevolgen van de recente felle olieprijsstijgingen, voor de tekenen van verzwakking in de VSA, voor een beursdaling nu er weer ‘recordniveaus’ inzake koersen bereikt worden. Kortom, het klassieke op- en neergaan van de conjunctuur. Het belangrijkste is echter of in de loop van de jongste jaren de gemiddelde groei hoog genoeg is om een draagvlak te vormen voor de welvaartsstaat, die we zo koesteren (tot zelfs in haar excessen). Dat probleem blijft natuurlijk. De EU als een geheel (ook België met een score van 45/100) voert onvoldoende economische hervormingen door in het kader van de ‘Lissabon-agenda’.

In de politiek eist men makkelijk de verdienste op als het goed gaat en blameert men de ‘internationale omgeving’ als het slecht gaat. Dat was vroeger zo en vandaag niet minder.

Jaren van hoge economische groei helpen zelfs niet verkiezingen te winnen. Paars won in 2003 (+ 0,9 % BBP-groei) en verloor in 2004 (+ 2,4 %). Belangrijk is wat mensen verwachten op de langere termijn. De onzekerheid in het oude Europa blijft en zal nog vele jaren duren.

De economie – zoals de politiek – is niet alles en alles is niet economisch (en politiek). Sedert 1946 groeide het BBP ongemeen sterk maar daalde het percentage mensen dat zich gelukkig voelde in vrijwel geheel de westerse wereld (incl. VSA). En toch kunnen en willen we niet zonder een stevig economisch draagvlak.

23/03/2006

HET LAND IN EEN SPAGAAT

Elke dag groeit het land verder uiteen. De economische verschillen zijn voldoende bekend. Ze zijn een weerspiegeling van een andere praktijk t.a.v. syndicalisme en een andere houding en visie tegenover het ondernemerschap. Geen ‘Marshall’-plan kan die cultuurverschillen wegwerken.

De splitsing van de socialistische metaalarbeiders in N en F verdient veel aandacht voor wie de communautaire geschiedenis van het land gadeslaat. Het zal niet de laatste splitsing zijn.

Toen ik in de regering was, deelde de ministerraad zich spontaan op in twee kampen toen het om problemen ging die verband houden met multiculturaliteit. (Of Vlaamse en Waalse burgers zo verschillend denken, is een andere zaak).

De rechtspraak van de Raad van State over institutionele problemen is sedert dertig jaar veelal verschillend naargelang de taal van de kamers. De rechtbanken in Brussel spreken een ander recht over nachtvluchten naargelang de taalaanhorigheid van magistraten. Het recht is – zoals de economie – een menswetenschap !

Gelukkig (!) is het voetbalgokschandaal terug te vinden in het Noorden en het Zuiden van het land. Na de VRT-uitzending, die vooral Walen viseerde, trachtte men daar het probleem te herleiden tot ‘communautair gestook’.

Daar waar de tegenstellingen het grootst zijn, nl. economie en justitie, is de staatshervorming het minst gevorderd. Over justitie wordt er zelfs nauwelijks gesproken.

Hoe dan ook zullen de institutionele onderhandelingen na de federale verkiezingen van 2007 de moeilijkste zijn van de jongste 25 jaar. De reden is dat men komt bij de kern van de Belgische Staat en omdat de Vlamingen op haast alle domeinen vragende partij zijn.

21/03/2006

DE KLANT IS KONING

Na mei ’68 was er een grote belangstelling bij de politieke linkerzijde voor de consument. De ‘consumptiesamenleving’ stond centraal in de neo-marxistische analyse van Marcuse e.a. De grote concerns manipuleerden ons door de reclame en drongen ons langs die weg een levenswijze op. Bovendien kwamen we zo terecht in een ‘wegwerpmaatschappij’ waarbij producten geen lange levensduur mochten hebben om de helse productie van steeds nieuwe goederen te kunnen voortzetten.

Na de val van het communisme en de successen van de aanbodeconomie in de jaren tachtig, was niemand nog marxist. Het geweer werd van schouders veranderd: de markteconomie als systeem werd niet meer aangevallen maar wel de monopolies, kartels en oligopolies. Als er dan toch een markt moest zijn, dan maar een echte met volle concurrentie.

Liberalen en links konden zich vinden in het concept concurrentie. Het is inderdaad zo dat de markt steeds beschermd moet worden tegen zichzelf omdat ze spontaan leidt tot concentraties met het risico van concurrentiebeperkingen. In de EU is er van in den beginne een mededingingsbeleid onder leiding van de Commissie. In Belgïe is de wetgeving maar vooral de toepassing steeds zwak geweest. Onze open economie maakte zo’n wetgeving niet zo noodzakelijk maar de grote bedrijven hielden er hoe dan ook niet van. Na het volledig afschaffen van de prijzenpolitiek bij het begin van de jaren negentig waren er echter veel argumenten om een doeltreffend mededingingsbeleid te hebben.  Sedert vijftien jaar verandert elke minister van Economie de wetgeving maar laat de diensten onderbemand. In Nederland is de Nma een echte autoriteit en wordt alom gerespecteerd en zelfs gevreesd.

In de energiesector waren er in Belgïe vanouds monopolistische situaties maar er was een Controlecomité (later de Creg) om over de prijzen te waken. In Vlaanderen werd de markt voor particulieren trouwens veel sneller geliberaliseerd dan in het Zuiden van het land, met de gunstige gevolgen vandien op de prijzen. Waarom was de regering trouwens zo snel om de megafusie van Suez en Gaz de France te verwelkomen ipv een Italiaans bedrijf hoewel men wist dat de Fransen in eigen land de concurrentie zouden beperken ? Blijft ons buitenlands beleid ook hier gericht op ‘ l’outre Quiévrain’?

Maar de zorg om de consument gaat verder dan alleen maar de prijs. De kiezer bereiken als producent wordt steeds moeilijker, dan maar als consument. De burger gaat ervan uit dat hij potentieel altijd kan bedrogen worden. Hij wordt gesterkt in zijn overtuiging door allerhande wanpraktijken en zelfs schandalen. Het is dus een vruchtbaar electoraal terrein. De liberalen zullen er zich wel voor hoeden de kleine bedrijven teveel te wijzen op hun verplichtingen. De grote stemmen toch niet.

09/03/2006

BACK TO THE ECONOMY ?

De Premier wil absoluut aantonen dat er nog een economische kapitein is op het schip. Daarom wil hij nu een (vage) verklaring over de gehavende concurrentiekracht van het bedrijfsleven, wel wetende dat de sociale partners er pas in het najaar zullen over onderhandelen. Zoals gewoonlijk is de communicatie hierover vrij misleidend. Een paar voorbeelden :

-          Verhofstadt wil de automatische indexkoppeling handhaven om zgz. de koopkracht te beveiligen. Hij vergeet erbij te zeggen dat die sedert 1994 beperkt is door het invoeren van de ‘gezondheidsindex’ waardoor o.m. de stijging van de benzineprijzen niet doorgerekend wordt in de inkomens. Het gevolg hiervan was dat in 2005 de reële lonen niet stegen, volgens het Jaarverslag van de Nationale Bank. Volgens andere bronnen zelfs lichtjes daalden. De koopkracht werd dus in 2005 niet of nauwelijks gehandhaafd. De andere zijde van het verhaal is dat zonder gezondheidsindex de mededingingskracht van onze bedrijven en dus de werkgelegenheid nog meer zou achteruitgegaan zijn. Die gezondheidsindex werd ingevoerd door de regering-Dehaene.

-          De bedrijfsinvesteringen stegen in 2005 met 10 pct., maar na grote dalingen in de jaren 2002-2004 (- 5 pct.). De gemiddelde groei de jongste vier jaar was dus nauwelijks groter dan 1 pct., één tiende van de indruk die de Premier trachtte te wekken. De investeringen in de industrie daalden in 2005 voor het vijfde opeenvolgende jaar.

-          De werkgelegenheid voor loontrekkenden is zgz. met 128.000 gestegen sedert 2000 maar één derde hiervan komt uit de overheidssector (+ 41.000) ! Die 87.000 jobs in de particuliere sector kwamen bovendien voor het grootste deel tot stand in de volledig gesubsidieerde social-profitsector (welzijns-, gezondheidssector) en bij de al even sterk betoelaagde (77 pct.) dienstenchequesjobs. Nochtans is de echte marktsector de pomp die alles draaiende moet houden. Maar zelfs met al die overheidsjobs, rechtstreeks of onrechtstreeks, steeg de werkgelegenheidsgraad maar met 0,9 pct. sedert 2001 tot 60,9 pct. Gelukkig trekt Vlaanderen (65 pct.) dat landelijk gemiddelde op.

22/02/2006

DE RUG TEGEN DE MUUR, DE AFGROND VOOR OGEN, HET MES OP DE KEEL

Onze handelsbalans is nog nauwelijks in evenwicht. Het was enkele dagen geleden groot nieuws. Mocht de BEF nog hebben bestaan, dan zou dit gevolgen hebben gehad voor de wisselkoers en voor de rente. In dit geval maar beperkt, omdat het geheel van de lopende rekening van onze betalingssbalans (incl. diensten, factorinkomens, overdrachten) nog ruim in overschot is (5 miljard euro). Maar mochten de olieprijzen verder oplopen en onze concurrentiepositie slecht blijven - dit jaar gebeurt er immers niets! -, dan zal ook dat lopend overschot verdwijnen. Maar sinds de BEF verdwenen is, blijft dit zonder gevolg omdat de euro alleen rekening moet houden met de lopende rekening van geheel het eurogebied (daar is in 2005 wel een tekort ontstaan).

Als een land en zijn verkozenen niet met de rug tegen de muur, de afgrond voor ogen en het mes op de keel worden gezet, gebeurt er weinig.

Waarom zou men snel aan de mededingingskracht van onze bedrijven iets moeten doen vermits de alarmbel van de BEF en de rente niet meer rinkelt? Waarom zou men doortastend zijn in het zgn. Generatiepact als in 2010 bij het begin van de daling van de beroepsbevolking (-47.000 in

Vlaanderen) toch geen spectaculaire economische inzinking zal voorvallen? Integendeel, de werkloosheid zal er zelfs door dalen!

Waarom zouden de overheden in de EU zich extra inspannen om de kenniseconomie uit te bouwen (de 'Lissabon'-agenda) als er toch geen onmiddellijke sanctie is op slecht bestuur? België werd door het VBO zelf al drie jaar na elkaar op de Lissabonindex gebuisd!

In het bedrijfsleven is veel laxisme en onbekwaamheid maar de markt sanctioneert. De politiek heeft alleen de sanctie van verkiezingen en daar kunnen details soms grote gevolgen hebben. Denk aan de dioxinekippen.

Natuurlijk heb ik geen heimwee naar de BEF. Daarvoor heb ik me teveel ingezet voor onze deelname aan de euro. Maar een sterke Europese Unie zou die monetaire druk moeten vervangen. De Unie is echter zo sterk als haar lidstaten. Zwak dus.

02/02/2006

OVER-LEVEN OF SAMEN-LEVEN

De mogelijke overname van Arcelor door Mittal Steel stelt de vraag naar de betekenis van Europese nationale of Vlaamse ‘verankering’ van onze ondernemingen. De federale en regionale regeringen maken er zich minder druk over dan bijv. de Franse. Tenslotte wordt sedert tientallen jaren de helft van de industriële productie in Vlaanderen voortgebracht door buitenlandse bedrijven. Onze bestuurders reizen de wereld rond om investeerders naar hier te halen. Ze vragen zich niet af of een bedrijf dat naar onze contreien komt niet beter zou investeren in hun eigen land ! Onze banken schuimen de Oost-Europese markten af op zoek naar overnames. INBEV koopt brouwerijen over ter wereld op en dat vinden we wel geweldig.

Na de internationalisering sedert de jaren zestig – die meebrengt dat de Vlaamse uitvoer zo groot is als het Vlaams BBP zijn we nu in volle mondialisering. Het kapitaalverkeer is vrij. Het verkeer van mensen veel minder maar ook daar kruipt de markt waar ze niet kan gaan (onder allerhande vormen van illegale immigratie).

De regeringen in ons land doen er wijs aan om niet verkrampt te reageren op deze overname. Tenslotte waren ook de voorwaarden bij de overname van Electrabel door Suez (2005) veelal lucht zoals dat ook het geval was in 1998 en zoals de toenmalige federale regering zich nauwelijks inliet met de eerste raid van Suez op de Generale in 1988.

De beste manier om bedrijven hier te houden in nationale of Vlaamse handen is winstgevend te zijn en zelf een internationale dynamische strategie hebben. En zelfs dan.

Het belangrijkste is dat er geïnvesteerd wordt in Vlaanderen eerder dan dat door Vlamingen in onze deelstaat wordt belegd. Als het anders kan, des te beter maar het is niet essentieel.

Die mondialisering van de markteconomie zet ons allen onder enorme competitieve druk. Of dit goed is voor de kwaliteit van ons samen-leven is zeer te vraag. Maar het is kwestie van over-leven. The struggle for life.

Geluk vraagt dikwijls meer stabiliteit dan competitiviteit. De wereld van ‘vroeger’ bood meer houvast en zekerheden. Maar ook dat is niet juist, want het vooroorlogse Vlaanderen kende geen sociale zekerheid en hoge werkloosheid.

‘De economie is ons noodlot’ wordt er gezegd. We ondergaan ze. Weinigen maken ze. Nationale staten en regio’s hebben er steeds minder vat op. Er zijn geen echte ‘counter vailing powers’, contrasterende machtsposities. Er is geen mondialisering van de politiek als tegenover die van de economie.

Dat maakt het ook moeilijk om het evenwicht tussen economie en menselijkheid te herstellen. Nochtans kan de mens niet zonder. De ‘rat race’ is onvoldoende voor het geluk.

16/01/2006

WAT WIL HARD WERKEN FEITELIJK ZEGGEN?

De marketingmensen zeggen dat publicitair de figuur van de ‘hardwerkende Vlaming’ een echte vondst is. De aanhangers van de ‘indrukkendemocratie’ geloven erin. In elk geval is het een soort populistisch concept want elkeen beweert van zichzelf dat hij of zij hardwerkend is. Versta er vaak onder dat de ‘anderen’ het niet zijn. In commentaren daarover lees ik dat langer werken gelijk staat met harder werken. Dat is al evenzeer onjuist want als er meer uren en jaren zou gewerkt worden, kan er precies relaxed en dus minder hard gewerkt worden.

Er is dus een verschil tussen langer en intenser werken. De hoge arbeidskosten o.m. door acties voor werktijdverkorting (om zgz. het werk te herverdelen onder meer mensen) doen de bedrijven op zoek gaan naar steeds sterkere productiviteit en dus wordt de arbeidsdruk steeds sterker (vooral voor vrouwen). Om dat draaglijk te maken is meer vrije tijd nodig die de vicieuze cirkel verder zet. Als binnen vijf jaar de beroepsbevolking in Vlaanderen sterk zal beginnen dalen, zal de arbeidsdruk op de actieven nog verder toenemen en zal er dus nog ‘harder’ moeten gewerkt worden in de zin van intenser. Om die stress te vermijden moet de loopbaan als een geheel verlengd worden zodat meer mensen deelnemen aan het arbeidsproces en de druk dus kan dalen. Door globaal langer te werken zal men dus minder hard (intens) moeten presteren. Door in de loopbaan mogelijke tijdelijke uitstapregelingen verder te blijven voorzien, wordt dat effect verhoogd.

De liberalen leggen zich neer bij hard werken en vragen zich alleen af hoe je dat kan combineren met een familiaal en persoonlijk leven. De socialisten zitten vast in de weigering om fundamenteel de werkloopbaan te verlengen na de syndicale acties van de jongste maanden. Het Belang raakt er niet uit en springt van de ene gemakkelijkheidsoplossing naar de andere als de Vlaamse burger maar nergens een inspanning gevraagd wordt.

Er is dus nood aan een moedig beleid. Na 2007 natuurlijk. Het is niet het nep-programma van vorige vrijdag die daaraan iets zal veranderen.

N.B. Ik hoorde onlangs dat de liberalen steeds meer spreken over hart-werkende Vlamingen en minder over hard-werkende !

Dat Verhofstadt zegt dat hij een ‘metselaar’ is en geen loodgieter is echt niet verwonderlijk in een regering vol (vrij-)metselaars.

Maar waarom, in hemelsnaam (!), spreekt hij dan over tien ‘werven’ en niet over ‘werkplaatsen’ zoals gebruikelijk bij de ‘gezellen’.

10/01/2006

‘PLUS EST EN VOUS’

De vaderlandse politiek moet elke tien jaar een grote operatie doorvoeren om de opgepotte problemen aan te pakken. De politiek – zoals vaak in alle ander leven – handelt met de afgrond voor ogen, met de rug tegen de muur en met het mes op de keel !

In 1961 was er de Eenheidswet van vader Eyskens.

In 1974 het herstelplan (desindexering e.a.) van de regering-Tindemans.

In 1982 de devaluatie van de BEF en het herstelbeleid van de regering-Martens.

In 1993 het Globaal Plan van de regering-Dehaene.

In 2003 of 2005 zou er een andere grote operatie moeten geweest zijn. Er kwam sociaal verzet tegen het zgn. generatiepact tot men vaststelde dat het weinig inhield (één 20ste van wat nodig zal zijn, volgens berekeningen), daarna viel het protest stil en niemand spreekt er nog over.

Landen die sociaal-economische hervormingen doorvoeren zijn Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland. Stilstand in Italië, Frankrijk en België. De Scandinavische landen hebben hun crisis al eerder overwonnen.

We vergelijken ons graag met Europese gemiddelden maar de EU-15 zelf loopt hopeloos achter op de rest van de wereld. Het ontbreekt ons aan ambitie in de daden.

Eén van de redenen van de blokkering is politiek. Het grote gewicht van het Belang brengt mede dat alle partners aan mekaar gewaagd zijn op electoraal vlak. Kleine verschuivingen kunnen bepalend zijn voor regeringsdeelname of oppositie. Het gevolg is dat vrijwel niemand grote risico’s durft nemen. Iedereen beloert iedereen. Iedereen staat stil of doet aan ‘tactiek’.

Herman Van Rompuy

herman.van.rompuy@telenet.be

Mijn website : www.hermanvanrompuy.typepad.com

Peter Van Rompuy http://www.filmbespreking.be/jong-cd&v.htm

Eric Van Rompuy http://www.ericvanrompuy.be

09/01/2006

DE ECONOMIE: "ON NE SAIT PAS OU ON VA MAIS ON Y VA TOUT DROIT"

Toen ik enkele nota’s doornam ter voorbereiding van een debat in de Zevende Dag viel ik op enkele gegevens die me troffen in verband met de verslechtering van de concurrentiekracht van onze ondernemingen (- 3 % sedert 2000) :

-          In totaal namen alle patronale sociale bijdragen met 0,7 % tussen 2001 en 2006 toe (‑ 0,3 % voor deze betaald aan de overheid en + 0,6 % betaald aan de private sector, + 0,3 % toegerekende bijdragen). (Bron : Centrale Raad voor het Bedrijfsleven)

Waar zijn we mee bezig ? De verslechtering van de competitiviteit is ook daar mee aan te wijten. Voor dat deel zijn de sociale partners zelf verantwoordelijk.

-          In tien jaar verslechterde de exportprestatie met 17 tot 18 %. België presteerde even slecht als Italië. (Bron : ING)

De Belgische industriële productie is in oktober voor de vierde maand op rij gedaald. Tegenover oktober 2005 is de inzinking 7,7 %. Dat is de grootste daling in meer dan 15 jaar. (Bron : Eurostat)

Beide factoren hebben te maken met de verzwakte concurrentiekracht.

-          De werkloosheid in Vlaanderen vertoont de jongste tien jaar een V-vorm. Daling tussen 1995 en 2000 (- 118.000) en stijging tussen 2000 en 2005 (+ 72.000).

De werkloosheid groeide in het land jaar na jaar tussen 2002 en 2005 (van 10,5 % naar 12,3 %) en voor 2006 en 2007 wordt een stabilisatie voorzien op 12,4 %. (Bron : KBC)

De werkloosheid is in België voor het eerst in twintig jaar hoger dan het Europees gemiddelde.

De premier spreekt liever over de werkgelegenheid dan over de werkloosheid, maar wat zeggen de cijfers ? Tussen 2002 en 2005 kwamen er 65.000 jobs bij waarvan 24.000 in de overheidssector en 40.000 in de particuliere sector (waarvan het grootste deel in de social profit, dienstencheques m.a.w. betaald door de overheid). Als ik kijk naar de periode 2000-2005, dan zie ik 40.000 (!) meer jobs bij de overheid. Het VBO vroeg een daling met 30.000. (Bron : E.C., NBB, RVA e.a.)

-          Het zgn. generatiepact zal de werkgelegenheidsgraad met 0,3 % doen stijgen, d.w.z. één 20ste of één 25ste van de stap die we moeten doen om naar een werkgelegenheidsgraad van 70 % te gaan voor gans het land. (Bron : ING)

-          In de competitiviteitsindices zakten we overal :

Wereldbank : van de 16de naar de 18de plaats

World Economic Forum : van de 25ste naar de 31ste plaats

DIW (grootste Duitse economisch onderzoeksinstituut) : 9de op 13 landen inzake innovatiecapaciteit.

-          ICT (informatie, communicatie, technologie is hier goed voor 7,4 % van de industriële toegevoegde waarde tegen 11,6 % in de EU-15 en uitschieters van 22 à 25 % in Finland en Ierland. (Bron : Hoge Raad voor de Werkgelegenheid)

-          Het aantal gediplomeerden van het hoger onderwijs in de wetenschappen en ingenieurs, sleutelopleidingen voor 0&0 in de industrie, ligt te laag, met amper 10 % van de bevolking tussen 20 en 29 bij ons, tegen 12 % in de EU-15 en meer dan 20 % in het Verenigd Koninkrijk. (Bron : Hoge Raad voor de Werkgelegenheid)

Moet ik verder gaan ? De federale regering zal niets doen aan het concurrentievermogen in 2006 en zelfs niet voor de federale verkiezingen van het voorjaar van 2007. Zij heeft wel de mogelijkheid dit te doen op basis van de wet op de concurrentiekracht van 1996 maar ze kan het niet.

CD&V sprak daarover begin oktober in haar plan “Weten waar naartoe”. De regeringspartijen verweten ons dat we dierven spreken over inkomensmatiging. We krijgen gelijk enkele weken later.