EUROPEAN COUNCIL WEBLINKS
He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last for ever: I was wrong.
The stars are not wanted now: put out every one;
Pack up the moon and dismantle the sun;
Pour away the ocean and sweep up the wood.
For nothing now can ever come to any good.
W.H. Auden (1907-1973)
Vroeger hield ik alleen van je ogen. om te hebben wat je had, elke keer weer. Zelfs niets doen is er daar één van. Of mekaar een paar dagen niet zien |
Mijn vadertje, hij was rechtvaardigheid,
Hij had den zwaren last op zich geladen, een eerlijk man te zijn
in woord en daad.
Dat is het schone, dwaze kwaad
waar, na ons Here Jezus Christus,
de sterkste man aan ondergaat
Zijn oog was rustigblauw; een verre zee.
Zijn woord van blijheid soms plotse fusee
in stalen nacht.
Hij lachte rood en zoende onverwacht
mijn dwaze haren en mijn jong gedacht.
De hoge schepen die de Schelde droeg,
hij wist hun laden vast en schoon te sturen.
Hij had hun namen lief,
om mee te spelen-als een kind naíef;
Karatschi, Pantos, Calcutta,
lijk schoon koralen.
Hij wist de haven; heimwee en verdriet,
bij vroegen morgenmist
en in den avond onder luid en rauw sirenenlied.
Hij heeft de bossen van zijn jeugd bemind,
Hij kende bomen lijk wij mensen kennen,
Hij wist de winden en den oogst,
en wou mijn hand aan 't ruw bedrijf des jagers wennen.
Mijn vadertj' hij was rechtvaardigheid.
Hij had de goede liefde tot de still'en ware dingen.
Onder de schaduw van een dorpse kerk
ligt zijn sobere zerk.
Ik weet hoe zijn gedenken mij gelijk een lichte wolk behoedt.
Zijn rode, bange handen hield hij stervend Christus tegemoet.
Hij liep in de nog ongenoemde morgen,
Met lange benen en met lange armen;
Zijn borst was jong en fris van vurigheid;
Zijn ogen stonden open op de dingen,
Zijn lippen hingen aan het bijna noemen,
Totdat de namen welden uit zijn mond,
Als helder water wellend uit de diepte.
Bertus Aafjes, In den beginne, 1949