BRIEF VAN DE VADER AAN ZIJN VERLOREN ZOON (Lk. 15, 11-32)
Mijn lieve zoon, jij ging zo ver
op zelfgekozen wegen,
zo doelgericht jij van mij weg
jij koortsig zoekend naar zegen.
Ik weet wel waar je voeten gaan,
ik voel je hart bij mij vandaag.
Kom ik jou ooit nog tegen ?
Je wegen zijn mij wel vertrouwd,
je reizen en je wachten.
Je dagen gaan mij niet voorbij,
je rusteloze nachten.
Mijn liefde gaat steeds met je mee,
al woonde je voorbij de zee,
jij bent in mijn gedachten.
Ik proef je honger, bitter is
je zucht naar verre oorden,
verlangen nar een andre taal,
je dorst naar nieuwe woorden.
Je wilde leven, vond de dood,
hervond jezelf in diepste nood:
sta op en word herboren.
Mijn zoon, immer en altijd zal
ik speuren, wachten, hopen.
Mijn hart gaat uit, jou tegemoet,
mijn armen zijn al open.
Komt ooit het einde van je tocht
omdat je vond waarnaar je zocht:
het feest is aangebroken !
Lidy van Prooyen Schuurman