3 posts from oktober 2006

24/10/2006

IHAKA (Konstantinos Kafavis )

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en Laistrygonen,
de woeste Poseidon, je zult hen niet ontmoeten
als je ze niet in eigen geest meedraagt,
je geest hen niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houdt Ithaca wel altijd in gedachten
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast de reis in geen geval.
Beter is dat die jaren duurt,
zodat je oud zult zijn
wanneer je bij het eiland
het anker uitwerpt,
rijk aan wat je onderweg verwierf,
en niet verwachtend
dat Ithaka je rijkdom schenken zal.

Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet,
dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je
niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover,
Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden,
met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben
wat de Ithaka's beduiden.

K.P.Kafavis (1863-1933)- (vertaald door H. Warren/Mario Molegraaf)

11/10/2006

I Politiek (William Butler Yeats 1865-1939)

>Hoe kan ik mijn aandacht bepalen,

> >terwijl daar dat meisje staat,

> >bij wat er in Rome of Rusland

> >of Spanje, aan politiek omgaat?

> >Toch is hier een bereisde man

> >die weet waarover hij het heeft

> >en daar is een politicus

> >die nadenkt en veel leest,

> >en 't kan wel waar zijn wat ze zeggen

> >over oorlog en oorlogsgevaar,

> >maar o, wat was ik liever jong

> >en vrijde ik met haar!"

Gedicht gekozen door Elke Van Rompuy

> >

08/10/2006

BROER (Hugo Claus)

'Het is hard,' zei hij, 'godverdomme hard.

En onrechtvaardig, voor het eerst word ik mager.'

Nog de herfst buiten, een maïsveld tot de einder,

het woord valt, einder, eindig.

Dan geen woord meer van hem.

In zijn slokdarm de plastic slang.

Hij hikt uren lang. Kan niet slikken.

Nog beweging in de rechterhand

die de linker draagt als een vette lelie.

De hand steekt zijn duim omhoog.

Hij blijft seinen tot in zijn laatste verval.

Hij heeft wit kindervel gekregen.

Hij knijpt in mijn angstige hand.

Ik zoek nog naar een gelijkenis, de onze,

de onrust van haar,

het ongeduld van hem (geen tijd voor tijd),

en ik beland in ons eerste verleden,

dat van een wereld als een weide met kikkers,

als een sloot met paling

en later weddenschappen, tafeltennis,

huishoudelijke wetten, de 52 kaarten,

de drie dobbelstenen

en aldoor de tomeloze honger.

(Ik word oud in plaats van jou.

Ik eet fazant en ruik het bos.)

Nu is zijn behuizing afgemeten.

De machine ademt voor hem.

Slijm wordt weggezogen.

Een ratel uit zijn middenrif,

en dan zijn laatste beweging, een lome knipoog.

Zielsverhuizing. Een ordening. Een portie afgesneden.

Het lijf nog verminderend

en dan plots in zijn gezicht dat dood was

een frons en een kramp

en dan een gesperde, woeste blik,

ondraaglijk helder, de woede en schrik

van een tiran. Wat ziet hij ? Mij, een man

die zich afwendt, laf verbaasd over zijn tranen?

Dan is het morgen en maakt men de riemen los.

En hij dan voorgoed

Poëziezomer, Watou 2006.

« september 2006 | Hoofdmenu | december 2006 »