GEDICHTENDAG
Toen mijn liefste mij zag, kwam zij
langzaam, o zo langzaam
voor mij staan,
zette de lamp neer,
legde haar hand in de mijne,
en vroeg woordeloos,
maar met tedere ogen:
'Hopelijk gaat het je goed, mijn vriend?'
Ik keek haar aan,
probeerde te spreken,
maar wist niets te zeggen.
Die taal was voor ons verloren gegaan:
wij probeerden zo hard
elkaars naam te noemen,
maar konden hem ons niet herinneren.
Wij dachten zo hard terwijl
wij naar elkaar staarden,
en tranen stroomden uit
onze stille ogen.
Wij dachten zo hard
bij die deur
onder een boom!
En ik weet niet wanneer
en waarom haar zachte hand
in mijn rechterhand gleed
als een vogel die 's avonds
zijn nest zoekt,
en traag als een neerhangende
lotus legde haar hoofd zich
op mijn borst te rusten.
De mooiste gedichten van Rabindranath Tagore (1861-1941)