11/06/2009

PADDESTOELEN van (Miriam Van hee)

1

Het zijn oortjes van vlees

waar de aarde mee luistert

naar de muziek van het woud

over stilte, oneindigheid

of hoe het is als de vogels

vertrokken zijn

 

ze groeien als niemand het ziet

vroeg in de ochtend of ’s nachts

onder kastanjes, beuken,

in zachte bedden van heide

en mos, op plekken waar tussen

de bomen het zonlicht

kan doordringen tot in het gras

 

en dat hangt weer af

van de wind, want hij is het

toch die de bladeren schudt

en de wolken uiteendrijft

wanneer het hem zint

 

 

2

en je kunt wel zeggen : dit

is de plek, hier is het licht

aan het duister gewaagd, dit

is de helling waar dagen geleden

wij liepen met onze geurige

kwetsbare vracht

 

maar ze zijn er nu niet, dus

moet iemand anders ons voor

zijn geweest, die anderen

altijd, het maakt ons wat

zwijgzamer, trager, alsof wij plots

tegen de wind in lopen

 

zo komen wij aan zoals

wij vertrokken, met lege handen

en als wij omkijken zien wij

een grote, versluierde maar

welgevallige maandag

die haar baan om de aarde begint

 

en wij vatten moed

« Wie nu alleen is | Hoofdmenu | HENRIËTTE ROLAND HOLST (Op de kentering der tijden geboren….) »