Ik adem weer de
besneeuwde bergketen in.
Hij wachtte op ons.
De aarde daverten begraaft genadeloosgeen moeder aarde
Ik zie mijn ademeen walm in de winterluchtwarmte in de kou
De vijver vriest vast. Ik stap en tem het water. De zon bevrijdt het.
De lente hoor je
in de bries in de bomen.
De wintersneeuw kraakt.
In de sneeuwnacht roept
plots een uil de stilte stuk. Een vreemde vogel.
Handgrote bla'ren
bedekken heel het grasveld.
Dood boven leven.